OORLOG

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940, brak een moeilijke tijd aan voor J.H. Frenken. Verschillende van zijn mede-piloten sneuvelden in de luchtgevechten tegen de Duitsers - zelf was hij wegens een oorontsteking afgekeurd om te vliegen en bleef reserve, wat mogelijk zijn leven heeft gered. Na de overwinnering van de Duitsers is hij is als krijsgevangene naar Zeist gebracht, maar hoefde nog niet naar Duitsland worden doorgestuurd. Pas in 1941 werd hij met enkele andere vliegers door de Duitsers gearresteerd en vastgezet in interneringskamp Schoorl te Alkmaar. Na een paar weken werd hij echter weer vrijgelaten.

 

In 1943 werd J.H. Frenken dubbel opgeroepen zich te melden: zowel als reserve-officier en als medisch student. Aangezien hij geen loyaliteitsverklaring wilde tekenen en ook niet naar een Duits kamp vervoerd wilde worden besloot hij te vluchten. Met de hulp van een kennis die in het verzet zat is hij naar Hasselt, in België, gevlucht, waar hij door een verzetsgroep verder naar Brussel werd geholpen. Vandaar moest hij met valse papieren naar Parijs - daar is hij, doordat de verzetsgroep werd verraden, door de Gestapo opgepakt.

 

Hij heeft eerst 4 maanden vastgezeten in de Parijse gevangenis Frèsnes, waar hij als krijgsgevangene werd erkend. Daarna is hij via verschillende kampen in Nancy en Stuttgart terecht gekomen in Neu-Brandenburg, Duitsland, in het kamp voor Nederlandse krijgsgevangenen. Hij bleef daar tot de bevrijding door de Russen in mei 1945. In totaal is hij twee jaar in krijgsgevangenschap geweest.

 

Deze tijd van gevangenschap geldt wellicht als de zwaarste in de levens van zowel J.H. Frenken, als zijn vrouw, C.E. Pernot. Hij kwam als vreemdeling terecht in een onrustig, vijandig land waar hij zijn leven niet zeker was - zij bleef achter met een even grote onzekerheid. Beiden wisten niet of ze de ander ooit zouden weerzien. Beiden vonden hun enige houvast in de brieven die ze uiteindelijk naar elkaar konden sturen, zij het via de normale wegen of ingenaaid in de jas van iemands revers.

 

Het grootste geluk spreekt uit de brief die J.H. Frenken zijn vrouw schreef op de dag dat zijn kamp door de Russen werd bevrijd. Uit privé-overwegingen wordt deze nog niet gepubliceerd. Wel heeft J.H. Frenken zijn ervaringen in oorlogstijd opgeschreven in de volgende verhalen:

 

Kamp Schoorl
De lijn en de weg terug

 

Ga door naar Reizen.