JEUGD

Josephus Hubertus Frenken (Hub) werd geboren op 21 april 1907, in het dorp Obbicht van de provincie Limburg. Hij was de jongste zoon in een gezin van zeven kinderen, waarvan de oudste, Berbke, Sjenke, Graadje en Lieske, allen vroeg gestorven waren aan tuberculose. Alleen de drie jongste bleven leven: Hub zelf, zijn zus Antje en zijn broer Sjaak.

 

Hun vader, Peter Jozef (Zefke) Frenken, werkte aanvankelijk als stukadoor in Duitsland omdat de boerderij van zijn ouders niet genoeg opbracht om zijn vrouw, Maria Elisabeth (Betje) op de Kamp, en kinderen te onderhouden. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak mocht hij echter Duitsland niet meer in. Hij heeft zich toen tijdelijk bezig gehouden met de smokkelarij die in de oorlogstijd noodgedwongen in Obbicht op gang kwam, iets wat J.H. Frenken in Beelden uit mijn Kinderjaren beschrijft. Na de oorlog reageerde Peter Jozef op de groeiende woningnood door huizen te bouwen. Hij bouwde een huizenrij die de Kolonie genoemd werd en groeide al snel uit tot een van de rijkste mensen van het dorp. Helaas is ook deze bron van inkomsten een paar jaar later ineengestort. Door de grote Depressie hadden de mensen geen geld meer om huur te betalen, en werd hij gedwongen om alle huizen voor een habbekrats te verkopen. Behalve het huis met de vlag aan de Bornerweg, dat hij zelf heeft gebouwd, en waaraan zijn zoon nog jaren dierbare herinneringen zou koesteren.

 

J.H. Frenken zelf ging naar de lokale Obbichtse school, tot hij alles geleerd had wat er te leren was. Rond 1918 mocht hij omdat hij goed kon leren naar het College Ste. Hadeleine te Visée. Het is hier dat zijn talent voor talen naar boven kwam: toen hij na twee jaar terug moest naar Nederland sprak hij al vloeiend Frans. Aan het einde van zijn leven was J.H. Frenken met zijn zeven talen (Nederlands, Frans, Engels, Duits, Papiemento, Spaans en een beetje Russisch) bijna heptalenguaal.


Terug in Nederland moest hij echter eerst een jaar Mulo doen in Sittard, omdat hij weliswaar Frans, maar nog geen Nederlands sprak buiten zijn Obbichtse dialect. Rond 1921 is hij naar de HBS Rolduc te Kerkrade gegaan, waar hij zijn middelbare opleiding in 1927 met succes afrondde.

 

Hoewel J.H. Frenken na zijn opleiding Obbicht al snel achter zich liet en de wijde wereld in trok, is zijn geboortedorp hem altijd bijgebleven, en is hij nooit werkelijk vertrokken. Het was in Obbicht dat hij de vele ervaringen opdeed die hij later in zijn boek Beelden uit mijn kinderjaren zou beschrijven; dat hij het dialect leerde waarmee hij zijn gedichtenbundel Sjetse van vreuger zou vormgeven; dat hij het meisje ontmoette met wie hij zijn hele leven, van negen tot negentig, zou doorbrengen.

 

Ga verder naar Liefde.