LIEFDE

Catharina Elisabeth (Betta) Pernot werd geboren in Obbicht op 7 juni 1910, als oudste kind van Louis Pernot en Maria Gertrudus Hecker. Haar vader werkte bij de staatsmijnen, maar stierf toen ze nog jong was, waarna haar moeder een kruidenierswinkel opende om zichzelf en haar drie kinderen te onderhouden. Betta zelf kon goed leren en had altijd graag willen studeren, maar moest al op vroege leeftijd in de winkel werken, toen haar moeder ernstig ziek werd.

Ze ontmoette haar toekomstige man Hub (J.H. Frenken) toen hij nog acht of negen jaar was - zij net wat jonger. Hij was toen al dol op haar. Glurend door een gat in de heg waarachter zij met een vriendinnetje speelde werd hij ontdekt, waarop zij een steen slingerde naar zijn hoofd. Het was een voltreffer: de jonge Hub bloedde hevig en moest door de dokter gehecht worden. Betta kwam er vanaf met een pak slaag en een gedwongen verontschuldiging. Twintig jaar later waren ze getrouwd.

 

Hub en Betta waren al verliefd toen hij op kostschool Rolduc en zij nog in Obbicht was. Ze schreven brieven aan elkaar en gaven die mee aan Betta's broer Jean Thoma (Tum), die op dezelfde school als Hub zat. Toen Betta in Amsterdam werkte en Hub al in militaire dienst op Soesterberg was, kwam hij haar vaak ophalen en wandelden ze samen door Amsterdam. Elke zondag brachten ze samen door.

 

Ze wisten allang dat ze zouden trouwen en waren al zo'n 3 jaar verloofd voor het werkelijk gebeurde. Probleem was het bezwaar van Hub's ouders, die hem nog niet getrouwd wilden zien. Hij was in die tijd al werkzaam als piloot bij de KLM en was een belangrijke bron van inkomen voor zijn ouders, die dat niet graag wilden verliezen. In die tijd was het in Nederland niet mogelijk om te trouwen zonder toestemming van de ouders voor de leeftijd van 30 jaar was bereikt. Maar in 1935, toen Hub 27 en Betta 24 was, besloot hij haar te 'schaken'. Ze vertrokken samen naar Engeland waar zij drie weken verbleef terwijl hij nog wat vluchten maakte, en zijn toen begin 1935 in Londen getrouwd.

 

In hun leven hebben Hub en Betta 5 kinderen, 17 kleinkinderen, 16 achterkleinkinderen en één betachterkleinkind gekregen. Samen hebben ze ook tientallen reizen gemaakt. Ze hebben gewoond in Rotterdam, Amsterdam en Obbicht - maar ook in Curacao, Aruba, Mexico en Andorra, altijd bij elkaar. Donkerste tijd was toen de oorlog Hub meevoerde en het echtpaar tijdelijk scheidde. Een grote verzameling brieven uit de tijd getuigt van de grote verbondenheid die beiden voelden, ook al waren ze niet bijeen.


Na Betta's dood op 3 september 1999 (ze was toen 89 jaar), ging Hub door een moeilijke tijd heen. In een paar zeer geëmotioneerde gedichten beschrijft hij de liefde die hij voor haar voelde en het verdriet dat achterbleef. Het laatste schilderij dat hij maakte was een grote dieprode roos die voor hem symbool stond voor de liefde die hen altijd bijeen had gehouden, tot haar dood - en ook daarna.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga door naar Oorlog.