J.H. Frenken geldt als een van de pioniers van de Nederlandse vlieggeschiedenis.


Vanaf april 1930 volgde hij een tweejarige vliegeropleiding te Soesterberg, waar hij de rang van luitenant behaalde. In 1933 is hij door de toenmalige directeur Albert Plesman officieel in dienst genomen als een van de vroegste piloten bij de toen nog jonge KLM.

 

Hij werd ingezet als tweede piloot op de Indiëroute: een vlieglijn Amsterdam-Batavia die zo'n 7 à 10 dagen kon duren. Hij vloog twee jaar onder de beroemde gezagvoerder Piet Soer, tot deze in 1935 verongelukte bij Brilon. In 1938 werd J.H. Frenken zelf tot gezagvoerder benoemd.

 

Toen in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwam, werd J.H. Frenken wel opgeroepen als militair vlieger, maar wegens een oorontsteking afgekeurd. Verschillende collega's zijn omgekomen.
 

PILOOT

In 1948 verongelukte ook zijn vriend, buurman en collega-piloot Koen Parmentier. Dit, gecombineerd met een aanbod om een artsenpraktijk in Curaçao over te nemen, heeft J.H. Frenken ertoe aangezet om zijn jaren als actief vlieger definitief achter zich te laten. Hij bleef nog wel enkele jaren beschikbaar als reserve, tot hem in 1954 een eervol ontslag werd verleend.

 

Over zijn ervaringen als piloot op de Indiëroute met de beroemde gezagvoerder Piet Soer schreef J.H. Frenken het boek 'Piet Soer en anderen van de oude Indiëroute'. Daarnaast publiceerde hij meerdere verhalen over zijn vliegperikelen in het tijdschrift 'Vrije vogels' van de gepensioneerden vereniging van de KLM.