GEDICHTEN

Water in de wijn.

 

Met acht en tachtig jaar.

 

Ik kan soms heel moeilijk lopen,
hamertenen aan mijn voet.
Daarbij 'n ingegroeide nagel,
die mij soms de das om doet.

 

De dokter zei 't kwam van een liesbreuk
dat ik pijn heb in mijn buik.
Mijn taille draagt nu ook een breukband
die ik overdag gebruik.

 

Hij zei: 'Die moet je blijven dragen
anders puilt je darm er uit.'
Ik vroeg hem of die band ook hielp
voor 't nare jeuken aan mijn stuit?'

 

Hij kon mij wel een zalfje geven
Maar vettigheid is ook niet mis.
Hij zei: 'In stuitjes heb 'k ervaring.
'k Geloof dat krabben beter is.'

 

'Een aambei heb ik ook nog dokter.
Wil u 't even zien misschien?'
'Nee liever niet,' zei toen de dokter,
''k Heb dat al zo vaak gezien.'

 

Er zitten kronkels aan mijn kuiten,
dikke wormen lijkt het wel.
Ze wilden mij die dingen strippen.
Dat is krabben uit het vel.

 

Ook dokter zei: 'Die moet je strippen,
anders wordt je ernstig ziek.'
Ik zei toen: 'Om de dooie dood niet,
geef m'en kous van elastiek!'

 

Ik had helaas een lieve tante,
die zich ook eens strippen deed.
Maar die veertien dagen later
aan de striptease overleed.

 

Ik moet altijd pillen slikken
Elke dag weer, zonder stop
Zij moeten steeds het bloed verdunnen,
tegen klonters in mijn kop.

 

Ik moet ook steeds opnieuw gaan plassen
van die plaspil ied're dag.
Benijden doe ik de hond von boven
die ied're paal beplassen mag.

 

En dan mijn ogen....gossiemijne..
Ik zei: 'Dokter 'k zie niet klaar'.
'Ook dat,' zei hij, 'moet j'opereren.
Rondom zie ik iets van staar.'

 

Ik stop altijd als 't licht nog groen is.
't Rode licht zegt mij niet veel.
Ik ben straks nog door 't rood gereden.
Alles bleef gelukkig heel.

 

'n Agent wou mij nog stoppen.
Plotsklaps gaf mijn vrouw een kreet.
En daardoor kon voorkomen worden
dat 'k hem van de sokken reed.

 

Ik kan niet lezen zonder bril en
zonder stok ga'k niet op straat.
Omdat ik wankel en ik struikel
waar ineens een stoepje staat.

 

Ik hoor ook slecht wat mensen zèggen.
Vaak denk ik wat doe je stom.
Vanzelf al gaan ze harder praten
als ik aan hun tafel kom.

 

Mijn doofheid heeft ook weer een voordeel.
Ik kan horen wat ik wil.
Dit dank zij het apparaatje
onder 't kromstuk van mijn bril.

 

'Ik hoor maar altijd suizen, dokter.
Altijd regen in mijn kop.
Zou dááraan niets te doen zijn, dokter,
Houdt dat suizen nimmer op?'

 

'Maak jij je druk,' zei toen de dokter,
om wat suizen in je oor?.
Ík hoor als maar d'englen zingen,
soms een heel orkest met koor!'

 

De tandarts zei: 'Die rotte kiezen
mogen daar niet blijven staan.'
Wellustig stond hij toen te rukken.
't Hele kerkhof ging er aan.

 

Hij gaf mij daarna nieuwe tanden.
Een extra duur gaaf kunstgebit.
De kaken staan alleen wat wankel.
Niemand ziet dat 't niet goed zit.

 

Dit zijn dan enk'le van mijn klachten.
U zult vragen: 'Is er meer?'
'k Heb nog zóveel om te klagen,
maar dat komt een and're keer.

 

Ik wil maar zeggen: 'Er is niet zo
veel meer goed aan d'ouwe heer.
Een oud karkas van acht en tachtig
gaat niet meer zo fel te keer.

 

Toch voel ik mij nog goed gezond
als ik mijn toestand vergelijk
En al die arme oude stakkers
In 't verplegingshuis bekijk.

 

Die mensen leunend op hun krukken.
Of in rolstoel voortgesjouwd.
Dan voel ik mij nog heel gelukkig,
nog niet zielig en niet oud.

 

Mag ik nu klagen om mijn lot?
Moet ik niet héél tevreden zijn?
Of moet ik treuren om dat kleine
scheutje water in de wijn.......

 

J.H.Frenken