Beelden uit mijn kinderjaren

trekken aan mijn oog voorbij

VOORWOORD.

 

U moet deze verhalen zien als een "potpourri", als een soort pan met hutspot.

 

Het is een mengsel van werkelijke gebeurtenissen en hier en daar fantasie gebaseerd op werkelijkheid.
In een pan met hutspot zult u hier en daar nog een stuk aardappel, of peen, of een stuk van een ui kunnen herkennen.
U zult misschien proberen om in deze verhalen mensen te herkennen, die u heeft gekend.
Geloof mij. Het is niet de bedoeling geweest om mensen uit die tijd met de vinger na te wijzen. Dat hebben ze niet verdiend. Het waren allemaal stuk voor stuk goeie mensen, maar met hun fouten net als u en ik.

 

Daarom heb ik hun namen veranderd. Driekus was niet de man die zijn koetje offerde voor de raad van een geniale zigeunerin.
En Majke is niet het meisje waaraan u denkt als u die naam leest. U denkt aan Majke, het hele lieve meisje, dat als Tom Poes meeliep in de carnavalsoptocht. Ze was dik ingepakt in licht ontvlambare watten. Heel mooi! Midden in de Dorpsstraat trapte ze op een brandende sigaret. Vrijwel onmiddellijk stond ze in lichterlaaie. Zij is levend verbrand.
Maar laat ik niet afdwalen.

 

Er is zovéél te vertellen van vroeger over ons dorp in Limburg.
Ik draag dit boek op aan de ouden van dagen, die de oude tijden nog hebben meegemaakt in de dorpen langs de Maas.
Indien ze nog leven zult u ze kunnen vinden in de bejaardentehuizen, in de verpleegtehuizen of aan de TV thuis bij de kinderen in hun modern herbouwde huizen.

 

Bertje Op de Kamp (J.H. Frenken)

 

Door
Inhoudsopgave