VERHALEN ALS ARTS

Dokter of Taxichauffeur

 

Het was drie uur 's nachts. Mijn vrouw en ik lagen diep in rust. Ik was moe. De nacht tevoren had ik een bevalling gehad die nogal wat tijd had gevergd. Ik had me verheugd op een zalige welverdiende nachtrust.

Plotseling werd er gebeld aan de praktijk. "Blijf maar liggen," zei mijn vrouw, "ik ga wel even." Ik hoorde haar discussiëren met een man in de wachtkamer.
"Kan mijn man morgen niet komen?" vroeg ze op dringende toon. "Is het zo ernstig?"
"Nee dat kan niet," zei de man in het Papiaments "e jiu ta muy malu."
"Koorts?" vroeg mijn vrouw.
"Si," zei de man.
"Pijn, dolor?" vroeg ze.
"Si."

Ik maakte me al klaar om met hem mee te gaan, maar mijn vrouw zei dit niet te doen. "Hij stinkt naar de rum. Het is een smoesje geloof ik, laat hij maar naar een andere dokter gaan."
Een ziek kind heeft bij mij altijd een gevoelige snaar doen trillen.
"Ik ga toch maar even mee," zei ik, "je kunt nooit weten, want mannen die wat op hebben kunnen ook zieke kinderen hebben thuis!"
Onder protest van haar pakte ik mijn tas en liep naar de auto. "Is het ver?" vroeg ik hem.
"Neen,"zei hij, "het is in de Koenoekoe."
Dat zei me niets, want de Koenoekoe ligt over het hele eiland, van Willemstad tot Westpunt, overal waar cactussen en doornstruiken staan. Daar heb ik die nacht mijn hart aan kunnen ophalen.

We waren nauwelijks vijf minuten voorbij het gehucht Charo, toen hij mij een weggetje instuurde dat even verder helemaal tussen de hoge cactussen verdween. Ik moest maar vertrouwen hebben op de navigatie van mijn passagier en die zag alles dubbel geloof ik, want nu en dan moest ik vlak voor een cactusbundel stoppen om er niet tegenaan te vliegen. Ik zal die attractie van het eiland dan ook niet gauw vergeten.

Door de heldere koplampen staken de hoge cactussen zilvergrijs af tegen de donkere hemel. De streek leek verlaten, slechts hier en daar in de verte een zwak lichtje voor een deur. Geen weg meer, alsmaar tussen de hoge cactussen door. Zover je kijken kon zag je de donkere scherpe schaduwen om de droge bodem van wat eens een cactuswoud scheen.

Na heel wat heen en weer kronkelen zei mijn passagier eindelijk: "hier is het." We hadden zeker een uur nodig gehad om ons doel te bereiken.

 

We liepen samen de houten trap op, ik meen zes treden. Voordat we boven waren vloog de deur open.
De vrouw, in een wijd nachthemd, begon haar man uit te schelden. "Viezerik, smeerlap, maak dat je wegkomt, ga naar die wijven waar je vandaan komt! Hier kom je niet meer binnen."
Hij probeerde zich te verdedigen, hij wilde zeggen dat hij de dokter had meegebracht, maar hij kwam niet verder dan de eerste woorden. Toen riep ze uit: "doctoe? Ik heb geen dokter geroepen, er is hier niemand ziek en van de kinderen ook niet." Ze werd steeds kwader, ze spuugde naar hem, ze trok hem aan de haren. "Heeft hij weer met zijn vriendjes gedronken!" Toen sloeg ze hem met een keukenpan op z'n hoofd.
Ik vond het tijd om te vertrekken, er zat geen heil in om op de trap als toeschouwer te spelen. Ze knalde de deur dicht maar even later werd de deur weer geopend. Een emmer water vloog rakelings langs me heen. Met een plons spatte het water over de kop van de man en over zijn nek en zijn kleren.
De deur ging weer dicht, ze werd van binnen afgesloten.

Ik wist het nu wel. Mijn hulp was niet nodig, er was geen ziek kind.
Toen ik aan de auto stond met de kruk in de handen kwam hij naar mij toe. "Dokter," zei hij, "vergeef me, maar ik heb u belogen, ik had geen geld voor een taxi om thuis te komen en toen dacht ik: ga maar naar de dokter en dan zeg je dat je kind ziek is en die brengt je dan wel thuis. Maar ik heb geen geld om u te betalen dokter, maar ik kom deze week zeker bij u langs en zal u het geld van de nachtvisite brengen."

 

2de visite.

 

Precies een week later werd 's avonds laat weer gebeld. Daar stond dezelfde kerel die mij vorige wee als chauffeur had gebruikt omdat hij geen geld meer had voor een taxi.

"Dokter," zei hij, "nu moet ik u iets heel ernstigs vragen. Ik weet dat u kwaad op mij bent omdat ik u de vorige week heb belogen, maar er is iets heel ernstigs. Mijn zoontje is heel erg ziek geworden, hij is helemaal stijf en lam."
Ik onderbrak hem en zei: "maar waarom ben je dan niet naar een andere dokter gegaan?"
"Wij zijn bij een andere dokter geweest, maar die zei dat hij 's avonds niet meer buiten mocht komen omdat hij zijn voeten gewassen had. Het is al een oudere dokter ziet u, ik mocht het kind wel bij hem brengen, maar het kind is te ziek en ik kom liever bij u. Ik zal er u extra voor betalen."

Ik vertelde het mijn vrouw. Ze zei: "als het zo erg is moet je toch maar gaan. Het zou wel eens laat kunnen worden, maar ik zal op je wachten."
Ik heb er nooit spijt van gehad dat ik naar het zieke kind ben gaan kijken, want het wás ziek en érg ziek ook! De man vertelde onderweg dat de jongen voor de geitenstal in een doornstruik was gevallen enkele dagen geleden. Hij had daar talrijke kleine verwondingen van opgelopen. Sinds gisteravond kon hij niet meer praten en hij had veel pijn.
"God zal het u lonen, dokter."

Weer reed ik over de vlakte tussen de cactussen, die kaalgevreten was door de geiten.

Weer stond ik met de auto voor het houten huis met planken trappen op het erfje voor de deur. Maar nu was er een zwak licht in de kamers en boven de trap. De vrouw kwam mij tegemoet, ze was helemaal van streek. Ze jankte van verdriet. Met haar schort veegde ze haar tranen weg. Ze nam mij direct mee naar binnen. In het halfdonker, in het matige licht lagen behalve de zieke nog drie kinderen op de grond te slapen. Ze werden nauwelijks wakker toen wij binnenkwamen.

Het vierde kind was een jongetje van tien jaar. Hij lag stijf als een plank op een deken op de grond. Hij kreunde zachtjes. Er was geen diepe medische kennis nodig om hier de diagnose te stellen. Dit kind had Tetanus. Het was inderdaad ernstig ziek. Het moest onmiddellijk opgenomen worden in het hospitaal. Het zieke kind kwam op de achterbank te liggen met het hoofd op de schoot van de moeder. Deze zat helemaal weggedrukt. Ze wees mij de weg tussen de cactussen door. Een weg die mij nu vel korter leek. In volle vaart ging het nu naar het hospitaal. Daar gaf ik het kind over in de handen van de neuroloog en de internist. Ook de moeder mocht in het hospitaal overnachten in verband met de ernstige toestand van haar zoontje.

De dag daarna kwam de vrouw me al vroeg vertellen dat haar zoon injecties had gekregen en dat hij al veel beter was. Ze was overgelukkig…..en ik ook! Ik realiseerde me nog even dat dit dezelfde vrouw was die mij een week geleden ternauwernood met een emmer water had gemist. Maar daar praatten we niet meer over. Haar zoontje was nu veel beter en dat was toch alle moeite waard geweest.

Voor de bewuste nachtvisite heb ik nooit betaald gekregen.