VERHALEN ALS REIZIGER

Nepal, Bodnath en de Chini Lama

 

Wie in Nepal komt moet vooral het stadje Bodnath niet vergeten te bezoeken.
Met de bus is het vanuit Kathmandu gemakkelijk te bereiken. Het grootste deel van de plaats wordt ingenomen door de massieve koepelvormige stupa, een religieus buddhistisch bouwwerk. Ze heeft de vorm van een enorme omgekeerde kom. Het hele centrale plein wordt erdoor ingenomen.
Rondom de stupa loopt een straat. Aan de overkant van die straat staan allerlei eenvoudige huizen, die bijna allemaal een winkeltje herbergen, afgesteld op de buitenlandse bezoekers of de talrijke bedevaartgangers.

De doorsnede van de massieve koepel is 35 meter. In het midden steekt de top van een vierkante toren door de koepel heen. Deze 38 meter hoge toren is van koper en versierd met verguld beeldhouwwerk.
Op elk van de vier zijkanten staan de blauwe allesziende ogen van Buddha geschilderd. De ooghoeken zijn rood. Zij kijken rondom uit over de verre omgeving.
De mooie egale koepel rust op een platform van 100 meter doorsnede, omgeven door een hoge muur, waarin talrijke nissen op regelmatige afstanden zijn uitgespaard. In ieder nis staat een gebedstrommel, die om een verticale as kan draaien.
De pelgrims lopen langs de muur om de koepel heen. Als maar weer er omheen in dezelfde richting. Daarbij laten ze met hun rechterhand de gebedstrommels draaien, terwijl hun linkerhand een snoer van dikke kralen door de vingers laat glijden.

Er waren maar twee pelgrims toen wij op het plein aankwamen. Een oude man, diep gerimpeld van weer, zon en wind in de bergen, die gekromd langs de trommels schommelde. Achter hem, op eerbiedige afstand, volgde zijn vrouw, mompelend ook met een kralensnoer. Beiden droegen een lang bruingeel kleed van eigengemaakt weefsel.
Wij hadden ze wat willen vragen, maar ze negeerden ons, zozeer waren ze in hun gebed verzonken.
Wij liepen nog een eindje langs de muur om iemand te vinden die ons de ingang van de stupa zou kunnen wijzen. Wij wisten toen nog niet dat een echte massieve stupa geen ingang heeft.

Plotseling kwamen twee ruig en stoer uitziende mannen ons recht tegemoet.
Ik dacht: Daar heb je het gedonder al. Een heiligdom aan het fotograferen en pelgrims lastigvallen...
Ze hadden het uiterlijk zoals ik mij dat van bandieten uit Tibet had voorgesteld. Bontmutsen met loshangende oorkleppen sierden hun bolle gezichten. De halflange jassen waren omgord met een brede riem, waaraan een soort foudraal hing. Verder droegen ze hoge laarzen waarin de pijpen van hun kozakkenbroeken waren weggestopt.
'Ze zijn vast van de politie,' zei mijn vrouw.
Toen ze vlakbij waren, zei de ene, die het beste gekleed was: 'You English?'
Ik zei: 'No. Dutch. Holland.'
Een brede glimlach verscheen op hun verweerde gezichten. Een van hen wees op mijn camera. Ik dacht dat hij deze in beslag wilde nemen. Maar hij zei: 'You want to take foto? Please take.'
Hij ging alvast in de houding staan om zich met een aangepaste glimlach te laten fotograferen.

Daar maakten wij een dankbaar gebruik van. Ze lieten zich rustig opnemen. Eerst op afstand, toen dichtbij een close-up van de dikke koppen.
Daarop zei de leider van de twee: 'You want to visit the Chini Lama?'
Wist ik wie de Chini Lama was?
Mijn verwonderd gezicht ziende haastte hij zich te vragen: 'You know Dalai Lama?'
Natuurlijk wist ik wie de Dalai Lama van Tibet was.
Hij ging verder: 'Chini Lama is representative of Dalai Lama in Nepal. Chini Lama very important priest.'
Mijn vrouw had het wantrouwen in de twee nog niet verloren. Ze stootte me aan met de elleboog alsof ze wilde zeggen: 'Niet doen.' Maar ik wilde die Chini Lama wel eens zien. Wat kan mij gebeuren? dacht ik. Dit zou dan al de tweede hoge persoonlijkheid zijn waarmee wij de kans kregen om kennis te maken op deze reis.

Ze brachten ons helemaal naar de andere kant van het plein naar een eenvoudig huis van een verdieping. Daar wandelden ze zonder aan te bellen of te kloppen naar binnen. Net of ze hier thuis waren.
Achter hen aan liepen wij een houten trap op naar boven.
We werden binnengelaten in een ruime kamer die uitzag op de koepel van de stupa. In het midden stond een lage ronde tafel, die bedekt was met een mooi handgeknoopt kleed. Daarop twee fraai bewerkte koperen potten. In de ene brandde een vlammetje dat een aangename geur verspreidde. Het deed mij aan wierook denken. In de andere pot ontwaarde ik een paar muntstukken.
Langs de zijwanden stonden twee divans, ook bedekt met mooi handgeknoopt kleed.
De twee mannen lieten ons alleen, nadat ze diep buigend hun handen hadden gevouwen en met de duimen tegen hun kin hadden gebracht. We voelden ons wel opgelaten met zoveel eerbetoon.

De Chini Lama liet niet op zich wachten. Hij was een eerbiedwaardige monnik van tegen de zestig jaar. Hij droeg het lange bruine hemd, meer een omslagdoek, van de buddhistische priesters. Een schouder was bloot.
De man kwam ons zeer sympathiek voor. Hij sprak tamelijk goed Engels.
Hij ging zelf thee voor ons halen in een andere kamer. Nadat hij eerst aan ons had gevraagd waar wij vandaan kwamen, vertelde hij ons over de talrijke vluchtelingen uit zijn land in Nepal, waar zij zich in leven hielden door te werken in de tapijtindustrie. Wij moesten vooral niet nalaten die Tibetaanse werkplaatsen in Kathmandu te bezoeken.
Wij dronken thee met suiker, uit oorloze kommetjes. Er zat een raar smaakje aan. Was het de Yakboter die er nog bovenop dreef? Mijn vrouw kon niet nalaten te mompelen: 'Als je 't mij vraagt, heb ik toch liever Douwe Egberts.'
Hij bracht ons naar de trap. Daar boog hij diep, de handen tegen mekaar. Wij probeerden het ook, maar ik geloof dat het in zijn ogen wel belachelijk moet zijn geweest wat wij ervan terecht brachten.
De twee Tibetanen waren nergens te zien.

'Ik heb tien dollar in de koperen pot achtergelaten,' zei mijn vrouw toen wij weer op het plein stonden. 'Ik had zo'n medelijden met die arme Tibetanen,' liet ze erop volgen.
Ik kon haar direct geen commentaar geven. Tien dollar was veel in die tijd. Bovendien spookte door mijn hoofd dat wij in een 'tourist trap' terecht waren gekomen. Die twee kerels die zich zo graag lieten fotograferen en die stille wenk van de koperen potten op de tafel...
Terug in Kathmandu lieten wij ons brengen naar een werkplaats van de Tibetaanse vluchtelingen. Daar werkten hele families. Mannen sjouwden met grote balen wol. Tientallen vrouwen in Tibetaanse kleding zaten achter weefgetouwen. Ertussendoor speelden kinderen met blozende wangen. Het waren veel, veel kinderen.
Je kon zien dat er hard gewerkt werd om op deze manier in leven te blijven. Gevlucht uit hun land. Met weinig hoop er ooit te kunnen terugkeren.
Wij hebben toch geen spijt gehad van ons bezoek aan de Chini Lama.

 

J.H. Frenken