VERHALEN IN 'VRIJE VOGELS'

De mecanicien en de hoofdonderwijzer

Een waar verhaal uit 1933

 

Als jong vlieger bij de KLM kon je nu en dan van een ervaren boord-werktuigkundige best een bemoedigende klap op je schouder gebruiken als je in de put zat.
Ik ben Kees nog altijd dankbaar voor de hulp die ik van hem kreeg in 1933 toen ik pas in dienst was bij de maatschappij. Het gebeurde op de pendeldienst Rotterdam-Haamstede-Vlissingen-Knocke, het eerste lijntje dat ons met de éénmotorige F VIIa werd toevertrouwd.
Kees ging mee als mecaniciën.
In Vlissingen echter moest hij uitstappen om een of ander klusje op het vliegveld op te knappen.
Ik moest enkele passagiers doorvliegen naar Knocke en dan met het lege toestel terugkomen naar Vlissingen om er rondvluchten te houden.
Op de heenreis stonden er al heel wat bezoekers voor het stationsrestaurantje. Het was een prachtige, zonnige, windstille morgen. Het beloofde straks een drukke dag aan rondvluchten te worden. Ik voelde mij heel gelukkig.

Onder de toeschouwers bevond zich mijn vroegere hoofdonderwijzer. Hij was met zijn zoon helemaal van Goes naar Souburg komen fietsen omdat hij zijn zoon als beloning voor het slagen voor zijn eindexamen een rondvlucht had beloofd.
Verbaasd stond hij te kijken toen hij mij uit het toestel zag stappen.
Hij kwam naar mij toe en zei me dat hij zijn zoon graag aan mij toevertrouwde. Hij had als student in mij al een groot vertrouwen gehad, zei hij nog erbij.
Dat had hij beter niet kunnen zeggen.
Er werden die dag twee kapitale fouten gemaakt.
De eerste was dat ze in Knocke vergaten om het lege vliegtuig met extra zandzakken achterin te belasten.
De tweede fout was dat ik het te mooi wilde doen!

Ik kwam na de landing in Vlissingen in een wijde bocht aantaxiën todat ik de punt van de linkervleugel in een mooie zwaai vlak voor de toeschouwers had gebracht.
En toen gebeurde iets waarvoor een Japanner wel harikiri had kunnen plegen. Ik trok te hard aan de rem. Ik had precies op dat punt stil willen staan. Dat gebeurde ook, maar hoe..?

Tergend langzaam kantelde het vliegtuig voorover. De schroef die nog draaide raakte de grond. De staart zwaaide traag tot bijna loodrecht omhoog. 't Was geen gezicht!
Kom je naar Vlissingen om de Zeeuwen vertrouwd te maken met de veilige luchtvaart en je laat ze een, in hun ogen levensgevaarlijk, kopstandje zien.
Ik schaamde me dood. De kans van mijn leven leek verkeken. Daar ging mijn carrière bij de KLM. Ik kon wel huilen!
Doodongelukkig kroop ik uit de scheef vooroverstaande cockpit. Ik durfde niet te kijken naar mijn vroegere hoofdonderwijzer.

De eerste die naast me stond was Kees den Blanken.
Hij klopte me op de schouder en zei: 'Niks aan de hand jôh, niks van aantrekken.' Ik keek naar het toestel dat met de neus op de grond stond en dacht dubbel verdrietig: 'Dat noemt ie niks aan de hand!'
Hij wees naar de staart en zei: 'We trekken hem recht en die propeller komt ook in orde, je zult het zien. Ik maak hem gauw weer klaar voor je.'
Havenmeester van het vliegveld was een boer die naast het veld een grote boerderij had. Ook hij was, met zijn Zeeuwse petje op zijn witte haren, komen aanlopen.
Kees stuurde hem terug om een dik touw te halen in de schuur aan de rand van het veld.
Het touw werd om de staart geworpen. Daarna was het even flink trekken en jawel hoor, langzaam kiepte het vliegtuig weer naar horizontaal.

Er was zo te zien niet zo erg veel kapot. De propeller vertoonde aan de uiteinden twee mooie symmetrische krullen. Ook waren de korte uitlaatpijpen van de onderste cylinders nogal gekreukeld. Dit laatste was geen probleem volgens Kees. 'We kunnen best zonder die dingen,' zei hij. Ze werden er afgeschroefd en weggegooid.
Daarna werd de schroef van de krukas gehaald en op een platte kruiwagen door de boer-havenmeester naar zijn schuur gereden. Twee houten balken werden om de gekrulde uiteinden van de aluminium bladen weer recht getrokken. Een grote hamer deed de rest!

'Ziezo,' zei Kees, 'de schroef er weer op en we gaan proefdraaien. En ja hoor... het geronk klonk als muziek in mijn oren.
Alleen knalde het wat vreemd en hard vanwege de open uitlaatgaten.
Het leek meer op het geluid van een helicopter.
Kees adviseerde om eerste een proefvluchtje te maken.
De motor trilde wel een beetje, maar wat wil je? De schroefbladen waren ook niet zó sekuur rechtgetrokken.
We besloten de rondvluchten te laten doorgaan.

Gast, de stationchef van de KLM hoorde ik rondroepen over het terras: 'Instappen voor de eerste rondvlucht.'
En waarachtig! Daar kwamen de eerste acht al naar voren!
Ik zag het weer helemaal zitten. Een uurtje geleden was mij de moed nog diep in de schoenen gezakt, toen ik het terras voor meer dan de helft had zien leeglopen.
We hebben daarna nog een drietal rondvluchten gemaakt.
Toen wij bij de laatste start over de bomen vlogen langs het kanaal door Walcheren zag ik beneden mij twee figuren over de kanaaldijk fietsen. De hoofdonderwijzer en zijn zoon, die van zijn vader niet meer mee had mogen vliegen.
Later heb ik die vader toch geen ongelijk kunnen geven, toen ze in Rotterdam een scheurtje vonden in de krukas achter de schroef!

 

Naschrift:
Die goeie ouwe boordwerktuigkundigen van toen. Wat hadden wij zonder hun moeten beginnen. Ze wisten overal raad op!
Grosfeld - Prins - Dunk - Bruynestein - Smit - Alsem - Stolk - Veenendaal - Naber - Buitenhuis - van Huut - Blok - den Blanken en vele anderen.
Ze zijn van onschatbare waarde geweest!

 

J.H. Frenken, Vrije Vogels, dec. 1990