GEDICHTEN

Mijn laatste wil

 

Voorbij is nu de zomer van ons leven.
Die zomer die begon reeds in mijn jeugd.
Wij waren nauwelijks van school gekomen,
of wij zochten mekaar in eer en deugd.

 

In mijn gedachten zal hij nooit vervagen.
Die dag van d'eerste zoen - je zei niet 'neen'!
Het was de mooiste dag van heel mijn leven,
die dag dat niemand thuis was... jij alleen

 

Toen smeedden wij al plannen voor het leven.
Beloofden diepe liefde voor elkaar.
Al zeventig jaren is dat waar gebleven.
Nog altijd ben ik heel verliefd op haar.

 

Ik wist niet dat het sprookje lang zou duren.
Ik dacht alleen: 'Dit meisje wordt mijn vrouw!'
En jaren later zei je in vertrouwen:
'Maar ik had al zo láng een oogje op jou.'

 

'k Had vroeger ook niet beter kunnen hopen.
Ons leven met de kinderen was zo fijn.
En dat wij nu als ouderen van dagen
nog zó gelukkig samen zouden zijn.

 

Mijn keuze heeft mij nimmer spijt gegeven.
Of anderszins gevoelens van berouw.
Als ík weer iemand kiezen moest voor 't leven,
dan koos ik zonder twijfel weer voor jou.

 

Ons leven ging niet altijd over rozen.
't Geluk dreigde zo vaak voorbij te gaan.
Toen oorlog en gevangenschap ons scheidden,
of toen de dood vlak bij jouw bed kwam staan.

 

Ik moet er nu na jaren nog aan denken.
Dat je mijn hand nam als afscheid voorgoed.
Het licht begon te breken in je ogen,
door pijn en het verlies van zóveel bloed.

 

Dat was de zwaarste dag van heel mijn leven.
De dag dat j'ons bijna verlaten ging.
Die dag dat plotseling 't geluk toch even,
slechts aan een heel dun zijden draadje hing.

 

Je zei toen dat ik grauw zag van ellende.
En niet voor niets, want toen begreep ik pas,
welk vreselijk lot ons allemaal bedreigde,
als jij ons plotseling ontnomen was.

 

Je grote wilskracht heeft je toen geholpen.
En langzaam aan kwam jij er weer doorheen.
Ondanks d'ellende en 't lichamelijk lijden,
was jij gelukkig spoedig weer ter been.

 

Voor mij is het nog altijd één groot wonder.
Dat 'n vrouw van 'n zelfde man en 'n man van 'n vrouw,
een leven lang zóveel kon houden, als jij
van mij gehouden hebt en ik van jou.

 

Die liefde die geen ogenblik zou wijken,
die liefde was 't geheim van onze band.
Des avonds sliep je altijd in mijn armen.
We werden 's morgens wakker hand in hand.

 

Heel langzaam aan voel ik het einde komen.
Het afscheid voor altijd komt naderbij.
Het einde van een wereld vol van dromen,
waar 't zalig toeven was zo zij aan zij.

 

We zijn bijna aan 't einde van ons leven.
Het is zo razend snel voorbij gegaan.
Ik vraag mij af: 'Heb 'k jou genoeg gegeven?
Jij hebt zoveel, zoveel voor óns gedaan.'

 

Nog eenmaal gaan voor ons de rozen open.
Nog eenmaal bloeit en geurt voor ons jasmijn.
Daarna valt onze toekomst in het duister.

Waarschijnlijk zullen wij dan niet meer zijn.

 

Want straks komt er een eind aan onze dromen.
Die handen liggen dan voor altijd stil.
Dat wij daarginds dan ook weer samenkomen,
dat is mijn testament...mijn laatste wil.

 

J.H.Frenken