VERHALEN ALS ARTS

Kraamperikelen 1

Je hebt van die vrouwen, die op de meest ongelegen ogenblikken een kindje ter wereld brengen.

Zo heb ik een vrouw gekend, die nooit pijn voelde bij de weeën. Ze was gewend om haar man overal te begeleiden. Zelfs als hij 's avonds ging biljarten. Op een avond stond ze tussen een tiental omstanders vol belangstelling te kijken naar de prestaties van haar man, die het soms klaarspeelde om wel vijftig caramboles achter elkaar te stoten. Terwijl hij vol spanning half op het biljart lag om een heel moeilijke bal te verwerken, legde zij plotseling haar hand op de keu: "Jan, ik moet bevallen. De vliezen zijn gebroken, ik voel het!" Ze stond al in een grote plas vruchtwater. Jan wist uit ervaring bij vorige bevallingen dat er geen tijd te verliezen viel. Ze moest onmiddellijk gaan liggen.
Dat kon.
Op het biljart. Snel werden alle beschikbare kranten en een deken op het groene laken gelegd. De dokter werd geroepen, maar dat was eigenlijk niet nodig geweest, want het kind lag al aan haar knieën. Ze had niet de minste pijn gevoeld.

Twee jaar later gebeurde ditzelfde haar weer. Toen zat ze met haar man in de bioscoop.
Plotseling, net toen het spannend begon te worden, zei ze, "Jan, de vliezen zijn gebroken!" Er was nu geen biljart om op te gaan liggen. De film werd gestopt. Het publiek moest naar buiten. Ze werd op de vloer gelegd voor het podium. De eerste rijden stoelen waren nog niet leeg, of daar klonk het weerbarstig janken van de pasgeborene. Het publiek is niets te kort gekomen, want na een betrekkelijk korte pauze kon de film weer verder worden gedraaid.

Dit gebeurde in Holland maar in de West kun je ook wel eens iets dergelijks verwachten.

De geboorte van een nakomeling is over het algemeen een feestelijke gebeurtenis. "Abnormaal" zou men een bevalling kunnen noemen die de feestvreugde kon verstoren.

Op een avond was ik met mijn vrouw een ritje gaan maken in de auto. Met de ramen open genoten van de invallende koelte na de benauwde hitte van de middag. In de verte hoorden wij dansmuziek op ons afkomen. Naderbij zagen wij een enorme loudspeaker boven de voordeur van een klein houten huisje. De melodie was moeilijk te herkennen omdat de knoppen blijkbaar maximaal waren opengedraaid, zodat het leek of de membraan gebarsten was en alleen hees geschreeuw en rythmisch "boem boem" doorliet om de omgeving tot heel in de verte uit te nodigen om aan het feest deel te nemen. Het huisje lag een twintig meter van de weg af. De ramen en de deur waren wijd open.

Er stonden al heel wat mensen van de weg af naar binnen te kijken. Het was een mooi gezicht. Ik stopte de auto langs de weg om het tafereel beter in mij op te nemen. In een hoek van de voorkamer was een soort podium van planken aangebracht. Daarop waren statig de bruid en bruidegom gezeten. Het was meer een troon. De bruidegom was helemaal in het zwart in een wollen colbertje met wit hemd en das, een witte grote pochette en witte handschoenen. Zij was in een mooie kanten bruidsjurk, met een grote witte voile die over haar schoot geslagen tot aan de vloer reikte. Ze zweetten enorm allebei. In die kleine houten huisjes blijft de hitte 's avonds lang hangen. Hij veegde onophoudelijk met een grote zakdoek langs zijn witte boord. Wij waren nog niet gewend aan het verblijf in de tropen en zeker niet aan de zeden en gewoonten van deze vreemde mensen. Ik denk dat ik een week in de praktijk zat.

 

Van de taal verstond ik heel weinig. Het dienstmeisje was thuis mijn tolk. Geïnteresseerd bleven we een paar minuten kijken. Dit was een heel ander soort bruiloft dan wij gewend waren. Het oorverdovend lawaai van de krakende luidspreker heeft ons doen wegrijden.

Ten einde voorbereid te zijn op nieuwe incidenten de volgende dag, ging ik vroeg naar bed.
Tegen twee uur die nacht werd ik gewekt door een ongeduldig bellen aan de voordeur. Toen ik nog half slapend de deur opendeed, zag ik een oud vrouwtje van een jaar of vijftig op de stenen trap zitten. Ze kroop overeind en zei iets wat ik niet verstond. Het duurde even voordat ik uit haar vervormde woorden opmaakte: "dokter kom! Hij heeft pijn in zijn buik."

Even later had ik haar naast mij zitten in de auto, de instrumententas tussen ons in. Ze zei niets meer. Ze leek me voor een ernstig dringend geval veel te rustig. Ze wees mij de weg. Dezelfde weg die ik kort tevoren met mijn vrouw had afgelegd. En laat ze mij nu doen stoppen voor hetzelfde houten huisje met de loudspeaker boven de voordeur. Alleen kwam er nu geen geluid uit. Ook in het huis en de omgeving was het stil. Ik dacht: wat zou er hier gebeurd zijn? Een man met pijn?! Slachtoffer van een vechtpartij, wat wel meer op een bruiloft voorkomt?

Er brandde geen licht in de voorkamer waar de troon stond. Wie schat mijn verbazing toen ik in de keuken een vrouw aantrof op een veldbed. Het was de bruid die wij op het podium hadden gezien. Midden op het bruiloftsfeest waren de weeën komen opzetten. De bruid moest bevallen.

Onder de mooie grote sluier hadden wij van buiten af niet kunnen zien dat ze hoogzwanger was. Omdat ze het mooie nieuwe bruidsbed, dat in een andere kamer stond, niet wilde bezoedelen hadden ze haar in de keuken gezet. En wat een keuken! Langs de muren stonden vele kisten met bier. Op het aanrecht stonden rijen champagne flessen, whisky, soda water, sherry etcetera, en veel blikken met allerlei lekkernijen. Op de tafel stonden grote koeken, onder andere de niet aangeroerde bruidstaart. Het is de enige keer in mijn leven geweest dat ik een bevalling heb gedaan tussen room- en chocolade taarten en champagne. Toen de weeën waren begonnen hadden ze in allerijl het feest onderbroken. De gasten waren weggestuurd.

Het heeft lang geduurd voor ik het kind op de wereld had. Het werd uiteindelijk een tangverlossing. Mijn enige assistente was de vrouw die mij was komen halen. Ze verstond niets van wat ik zei. Alle conversatie liep over de jonge moeder. En die conversatie was weinig aangenaam want ze werd steeds onderbroken door het onbeheerste geschreeuw bij elke nieuwe wee. De bruidegom heb ik niet gezien. Hij hield zich uit de buurt van alle moeilijkheden. Zijn roes uitslapend in het mooie bruidsbed.

Toen ik tegen de morgen klaar was en ik mijn instrumententas had ingepakt, reikte de moeder me twee flessen 'Veuve Cliquot' uit dankbaarheid voor de bewezen diensten. Ze voegde er nog een halve roomkoek bij voor mijn vrouw. Dat kon ze best doen, want de gasten zouden toch niet meer terugkomen, terwijl de koek toch maar zou bederven door de warmte.

De volgende dag kwam ik kijken hoe de patiënte het maakte. Ze lag nu in een andere kamer in het grote mooie bed. Overgelukkig hield ze haar kind in de armen. Ze zei: "dokter, ik kom u zelf betalen op uw spreekuur." Daar had ik niet zoveel vertrouwen in, maar het was te begrijpen. Want na zo'n overdadige bruiloft kon ze wel eens heel lang op zwart zaad zitten. Maandenlang hoorde of zag ik niets van haar.

Zeker een half jaar later stond ze plotseling voor me in de spreekkamer. Ze had weer een flinke buik. Ze legde het geld voor me neer op het bureau. Of ik haar weer wilde helpen met de bevalling als het zover was? Deze scène heeft zich nog vier keer herhaald. Telkens als ze zwanger was betaalde ze de vorige bevalling. Ik moest aan haar denken toen ik toevallig de oude vergeelde administratie van mijn praktijk in handen kreeg. Daarin vond ik nog haar laatste bevalling openstaan.

Na dat zesde kind is ze niet meer zwanger geworden. Haar wederhelft die toen zo deftig op de troon had zitten zweten was er met haar beste vriendin vandoor gegaan.

 

Kraamperikelen 2

 

Het komt voor dat de aanstaande bruid net op tijd de eindstreep haalt in de wedstrijd om het huwelijk nog vóór de bevalling te bereiken. Het kan ook voor komen dat zij die eindstreep nèt niet haalt.

Op een morgen werd ik geroepen naar een huis dat alle tekenen vertoonde van een op handen zijnde bruiloft. De voordeur was met papieren bloemen versierd. Voor het huis stond de auto klaar om het stel naar het stadhuis te brengen. Aan de antenne wapperde een strik van tule. Ook hier was in de voorkamer een soort podium opgesteld met twee fauteuils om later op de dag het jonge paar te kunnen bewonderen. Er stonden tafels vol met flessen en glazen. Alles wees op een duur feest in aantocht. Maar laat de bruid nu weeën krijgen op het moment dat zij de bruidsjurk aan wilde trekken.

U zult denken dat het feest nu niet door zou gaan. Jawel hoor. Onmogelijk om zoveel genodigden voor lauw loenen te laten komen. Zo krenterig zijn ze daar niet. Het programma werd alleen wat veranderd. En 'als Mozes niet naar de berg komt, komt de berg naar Mozes', is een spreuk die in die contreien nogal eens wordt toegepast. Mozes was in dit geval de ambtenaar van de burgerlijke stand. Met liefde komt hij bij je thuis om het huwelijk te sluiten als je niet zo best ter been bent.

De bevalling kon nu echter niet in huis plaats vinden, want dan hadden ze de hele boel weer moeten opruimen. In allerijl werd de alleenstaande garage op het erf in gereedheid gebracht. Er werd een bed naar toe gesleept. De dokter werd geroepen. Er was licht en stromend water. Een ongediplomeerde hulp afkomstig uit de familie werd mij toegevoegd. Toen ik tegen half twaalf die morgen de garage verliet kwam net de ambtenaar van de burgerlijke stand het erf oprijden. Geen vuiltje aan de lucht. Ze trouwden in de garage, zij in bed, hij op een stoel daarnaast.

De volgende dag ging ik de jonge moeder opzoeken. Een helft van de garagedeur stond open. Op het erf lagen overal resten van een uitbundig feest. Bierflessen, feesthoedjes, confetti, enzovoorts. De auto stond nog versierd voor de deur.

Ik vond de jonge bruid in tranen.
"Wat hebben we nou?" vroeg ik. "Was er iets met het feest gisteravond? Pasgetrouwd en een mooi kindje en dan huilen?"
"Het wás een mooi feest," zei ze, "het heeft tot vanmorgen laat geduurd. Ze zijn allemaal naar mij komen kijken en ook naar de baby. Maar ik ben heel verdrietig dokter. Kijk eens naar die open deur van de garage. Die mooie witte bruidsjurk. Ze hebben hem daar gisteren opgehangen om door de bruiloftsgasten te worden bewonderd."
"Maar daar hoef je toch niet om te huilen?" zei ik "het is toch een mooie jurk!"
"Hij is ook heel mooi," zei ze snikkend. "De mooiste die wij krijgen konden en ook de duurste. Ik was er zo trots op. Ik zal hem nu nooit kunnen dragen. Ik kan er niet meer naar kijken," kermde ze.

Afhangend in zijn volle lengte vanaf de haak aan het plafond, bewoog de jurk in de zwakke wind zachtjes heen en weer. Het was inderdaad een mooie jurk die de bruiloft gemist had!

 

Kraamperikelen 3

Als huisdokter krijg je door de bevallingen vaak een goede kijk op het leven van de betrokkenen.

Het was een mooi groot huis waar ik op een zondagmorgen de vrouw des huizes moest bijstaan. Zij was een jonge vrouw. Geregeld had ze mijn spreekuur bezocht voor controle van haar eerste zwangerschap. Haar man was blijkbaar in goeden doen. Er stond een mooie nieuwe beige auto voor een stenen garage op het erf.

De voordeur van het huis leidde direct in een ruime goedgemeubileerde voorkamer. Daar zaten twee mannen, die allebei opstonden toen ik met mijn koffertje binnenkwam. De ene was een blanke oude heer. Zijn haar was dun en wit. Hij had lichtgrijze ogen. Ik schatte hem zo tegen de zeventig. De wijze waarop hij mij met een strak gezicht en een zachte, lichtbevende, stem begroette deden mij aan de ziekte van Parkinson denken. Hij was keurig gekleed in een grijs pak. Wat mijn aandacht trok was een mooie gouden dasklem, waarop in het midden een hoefijzer prijkte.
De andere was een jonge man van een jaar of dertig. Niet onknap van uiterlijk. Hij had de zoon kunnen zijn wat leeftijd betreft, maar zijn dikke zwarte haardos, zijn donkerder getinte huidskleur en zijn bijna zwarte ogen bestempelden hem tot een andere volksaard. Een Spanjaard, een Italiaan misschien? Hij droeg een open overhemd en een werkbroek. Zo te zien een tuinman of een werkman die met zijn baas iets kwam bespreken.

Een zijdeur aan de grote voorkamer leidde naar een kleinere kamer waar een zwangere vrouw dapper de laatste weeën verwerkte met de morele steun van een oudere verpleegster. Zoals bij menige eerste bevalling duurde het toch nog een hele poos voordat ik de navelstreng kon doorknippen. Al die tijd hoorde ik de stemmen van de twee mannen ernaast. Ikzelf vond het echt hinderlijk, maar de nieuwe moeder scheen er zich niets van aan te trekken. Er waren verder geen problemen.

De moeder was heel gelukkig toen de verpleegster haar de gewassen en aangeklede baby in de armen legde. Terwijl ik mijn boeltje bij mekaar pakte om te verdwijnen hoorde ik de moeder tegen de verpleegster zeggen: "roep nu de vader maar om zijn dochter te komen bewonderen!" Ik verwachtte dat nu een nieuwe figuur zou verschijnen. Wie schat mijn verbazing echter toen ik de oude heer met het grijze pak binnen zag komen. Hij zei weinig. Hij leek mij eerder verlegen dan blij zoals hij daar aan het bed stond bij moeder en kind.

Ik vond dat ik mij verder niet met de zaak moest bemoeien, ik kon me beter terug trekken. De jongeman begeleidde mij naar de voordeur. Er klonk bezorgdheid in zijn stem toen hij op zachte toon vroeg: "is alles goed met haar dokter?" Even dacht ik nog: "wat heeft hij er mee te maken?"

Ik zou nooit meer aan deze routine bevalling hebben gedacht als twee jaar later de jonge moeder niet ineens weer voor mij had gestaan in mijn spreekkamer. Ze was weer zwanger. Of ik haar weer wilde helpen met de controle en de bevalling. Haar man was kort na de bevalling van haar eerste kind overleden aan een beroerte. Ze was nu opnieuw getrouwd. Haar nieuwe echtgenoot wachtte in de wachtkamer. Ik zag haar man zitten toen ik haar uitliet. Op zijn schoot zat een schat van een klein meisje, een peuter van ongeveer twee jaar. Het kind had mooie zwarte krullen, donkere ogen en een lichtbruin getinte huiskleur. De vader was zeker niet de blonde oude heer die ze ons indertijd als zodanig had voorgeschoteld. Nu ging mij een licht op. De ware vader was dezelfde jongeman die indertijd in de voorkamer met de oude heer had zitten praten. Alleen was hij nu veel beter gekleed. Hij droeg een modern wit overhemd met lange mouwen en een mooie lange das met daarop de gouden dasklem met hoefijzer die ik bij de oude heer had gezien.

Toen ze als een perfect stel in de mooie beige auto voorbij het raam van mijn spreekkamer reden, zei de assistente: "wat zegt u van Leo dokter, u kent hem toch nog wel? Hij heeft het toch maar geschoten, vindt u niet? Hij kwam vroeger langs de deur met lootjes."