VERHALEN IN 'VRIJE VOGELS'

Ervaringen met Kabelbanen (3)

Boven de Big Hell.

 

Niet ver van Hakkone, een toeristisch centrum bij uitstek in Japan, ligt een uitgestrekte vlakte die de Japanners 'Big Hell' hebben genoemd.

Over een oppervlakte van kilometers ziet men de rookpluimen uit de lavabodem omhoog kronkelen. Over paden van planken kan men tussen de zwavelpoelen door wandelen. In die poelen borrelt en pruttelt de hete modderige brei van gele en geelbruine zwavel en aarde. Overal waarschuwingen om zich vooral niet buiten de paden te begeven.
Heel in de verte kun je bij mooi weer de Mount Fuji zien liggen; de heilige berg die zó gewaardeerd wordt door de Japanners dat ze hem 'Fuji San', oftewel 'Meneer of Mevrouw Fuji' noemen.

De Big Hell is een fascinerend landschap, dat te vergelijken is met de zwavelbronnen in het Yellowstone Park in Amerika.
Een hele tijd wandelden wij over paden en wegen door die exotische wereld. Nu en dan moesten we door de damp lopen. Dan kregen we de volle, nare zwavelgeur naar rotte eieren te verwerken, maar dat wende snel. Besloten werd om dit onvergetelijk bezoek aan de Big Hell af te sluiten met een tocht in een kabelbaancabine, waarvandaan men een prachtig overzicht heeft, hoog boven de grond, over het hele dampende gebied.

De kabel loopt vrijwel horizontaal van de ene berg over de vallei naar een andere berg aan de overzijde. Je krijgt al de kriebels als je, vanaf de weg ernaartoe, de cabine zo onwerkelijk hoog door de lucht ziet zweven, aan een kabel die uit de verte maar erg dun overkomt.
De kabel hangt ongesteund over een afstand van een paar honderd meter boven de kokende vlakte.

Het was niet bemoedigend dat onze gids vertelde dat de kabelbaan werd stilgelegd als er veel wind stond, omdat dan de cabine teveel ging slingeren. En dat kon heel gevaarlijk zijn. Hij ging zelf niet mee.
Maar vandaag hingen de bladeren stil aan de bomen. We hoefden niet bang te zijn dat we boven de zwavelpoel heen en weer zouden zwaaien.

Het leek erop dat het een mooie tocht zou worden toen wij in het vehikel stapten. Er gingen niet veel mensen in. Ik denk een stuk of tien. Er waren een paar kleine kinderen bij.
Vrijwel geruisloos vertrokken we van het kleine platform. De cabine veerde zacht terug toen we aan de kabel de ruimte in schoten.
Foto's en filmtoestellen werden voor de dag gehaald. Gericht werd op de dampende grond beneden ons en op de bergen in de verte.

Het leek allemaal koek en ei. Toch moest ik er even aan denken dat je leven boven zo'n afgrond toch maar aan een betrekkelijk dunne draad hangt. Die gedachte spookte door mijn hoofd toen, midden boven de vallei, de cabine plotseling met een ruk stilstond.
Twee vrouwen begonnen te gillen. De kinderen reageerden met een angstig janken. De enige die rustig was, was een oudere man, die meer op een landbouwer uit een japans prentenboek leek dan op een tourist. Zijn leerachtig gebruind en diep gerimpeld gezicht toonde geen enkele emotie.

Hij maakte een zaak open die aan zijn gordel hing en viste daar iets bruins uit, wat ik hield voor gebakken garnalen. Aan zijn 'smakken' te horen, scheen het hem goed te smaken.
Ook toen een van de vrouwen op de deur begon te bonzen liet hem dat volkomen koud. Mogelijk had hij een dergelijke situatie eerder beleefd.

Ik moet zeggen dat hij op ons een geruststellende indruk maakte. Zolang wij stil aan de kabel hingen hoefden wij eigenlijk niet ongerust te zijn.
Als het maar niet te lang duurde met zo'n stel zenuwachtige vrouwen en huilende kinderen in de buurt.
Het heeft toch wel bijna een half uur geduurd.
Ik geef het je te doen. Bijna een half uur rustig te blijven zitten, hangend hoog boven enorme velden van kokende en rokende zwavelputten.

Plotseling kwam ons voertuig weer in beweging, maar het was de andere kant op. Terug naar de startplaats. Daar moesten wij uitstappen. Voorlopig geen overtocht meer.
Wij kregen ons geld terug.
Alles wat wij te weten kwamen was dat er een defect was.

Heeft u wel eens in een lift gezeten als de stroom uitviel? Dan zal deze belevenis u zeker aanspreken.
Het overkwam ons dertig jaar geleden.
De Big Hell zullen wij nooit vergeten.

 

J.H. Frenken