VERHALEN ALS ARTS

Het kind was ziek

 

Het was op een mooie koele avond dat ik geroepen werd voor een ziek kind. Daar ik even tijd had besloot ik om direct ernaar toe te gaan. Het huisje lag in een smalle steeg, waar zelfs geen auto door heen kon. Het leek meer op een schuurtje dan op een woning. De planken, waarmee het jaren geleden was opgetrokken hadden hun oorspronkelijke groene verf vrijwel geheel verloren.

De deur stond open. Ik kon zó binnenstappen in de kale voorkamer. Met een houten schot was deze voorkamer gescheiden van de rest. Achter dat schot vermoedde ik een slaapruimte, een kookplaats, een eettafel en een kraan met een wasbak. Meer plaats was er zeker niet. Heel wat ongehuwde moeders moesten het op het eiland met minder doen. De ramen stonden open. Een koel windje bewoog de vaal gekleurde gordijntjes die aan een touw voor de opening waren geschoven. Er was niemand, dat dacht ik tenminste.

Mogelijk had ik mij vergist in het huisnummer. Mogelijk maakte de bewoonster een praatje achter het huisje met de buurvrouw. Ik riep: "de dokter is er."

Toen hoorde ik gestommel van achter het schot. Een wat opgewonden vrouwenstem riep: "sinta doctoe, mi ta bini pronto." (ga zitten dokter, ik kom direct) Ik ging zitten op de enige stoel. Hij stond naast de deur. Overdag werd hij blijkbaar buiten gezet. Om deze tijd zaten heel wat vrouwen op de straat voor hun huis om te genieten van de koelte na een hete dag. Even hoorde ik niets, toen werd het gestommel erger, begeleid door een ritmisch aanzwellen van zuchten en krakende bedveren. Ineens had ik het door.

Hoe was het mogelijk? Terwijl ik mijn kostbare tijd zat te verdoen op een gammele keukenstoel werd een paar meter verderop een nummertje 'amor' weggegeven. Kwaad sprong ik op, greep mijn dokterstas en riep flink hard: "adios."
Nauwelijks op straat hoorde ik roepen: "dokter wacht even." In de deuropening stond een jonge vrouw in een laken gewikkeld. Op blote voeten en met ontblote schouders.
"Dokter," zei ze, "kom alsjeblieft binnen por favor, mijn kind is erg ziek, ik zal u alles zeggen. Kom toch binnen dokter," smeekte ze schreiend.
Wat kon ik anders doen dan teruggaan. Tenslotte ben je toch dokter voor de zieken.

Weer stond ik in de kale kamer met de vale gordijntjes. Even later kwam ze binnen. In een deken had ze het kind gewikkeld. Het laken had ze verwisseld voor een oude schort. Ze ging zitten op de enige stoel, het kind op haar schoot. Ze was nog jong, ik schatte de moeder nog geen zeventien jaar. Inderdaad was de kleine flink ziek. Hij had koorts. De amandelen in de keel waren rood, iets beslagen en gezwollen. Ik vond opname in het hospitaal niet direct nodig. Ik wilde even afwachten. Ik schreef een drankje voor met een antibioticum.

Mijn kwaadheid was wat gezakt maar ik was toch van plan om haar eens flink de les te lezen zodra ze het kind had weggebracht. Terwijl ze het huilende zoontje probeerde te sussen, barstte ze plotseling uit in tranen.
"Vergeef me dokter," snikte ze, "dat ik u dit moest aandoen, maar ik kon niet anders. Ik had geen geld dokter, ik kon u niet betalen, de vader geeft mij niets voor zijn kind. Toen ben ik geld gaan lenen bij een man die hierachter woont. Hij wilde me het geld wel geven maar dan moest ik hem terwille zijn. En toen bent u gekomen dokter. U kwam te vroeg, ik had u nog niet verwacht…..!" Schreiend bracht ze de baby naar de achterkamer. Ze kwam terug met een briefje van tien gulden in de handen. Dit was het gebruikelijke tarief voor een avondvisite.

Mijn eerste reactie was om het geld aan te nemen, omdat ik me nog altijd beledigd voelde. Maar toen realiseerde ik me dat dit alles was dat dit arme kindmoedertje bezat.
"Heb je nu ook nog geld om de medicijnen te betalen, vroeg ik?"
Ze schudde verdrietig het hoofd. Nee, dat had ze niet.
Ik drukte haar het briefje van tien in de handen.
Ze wist niet wat ze er van denken moest ze hoe ze mij moest bedanken. Toen ik in de deuropening stond sloeg ze plotseling haar armen om mijn nek. Ze kuste mij op beide wangen.

Ik maakte mij los en stapte het steegje in. Er was geen levend wezen te bekennen. Ik was blij dat ik de jonge moeder had kunnen helpen en ik was ook heel blij dat niemand ons gezien had. Want kijk, die armen om mijn nek in de deuropening, dat was nou echt niet nodig geweest.