De IJskast

 

Het is al weer tien jaar geleden dat er een mankement was aan onze 'frigidaire'. Een Italiaans merk van naam.
Hij bleef doorbrommen en sloeg niet meer af. De electriciteitsrekening liep op. Op de plaat tegen de achterwand had zich een dikke laag ijs afgezet.
Ik belde de zaak op waar ik hem vijf jaar tevoren had gekocht.
''t is de thermostaat,' zei de baas. 'Wij sturen morgen iemand met een nieuwe.'
Na drie dagen wachten en bellen kwam eindelijk de man met het apparaatje. Ze hadden het ding elders moeten bestellen, was zijn excuus.

De oude thermostaat ging er uit. De nieuwe er in. Het was gauw gebeurd. Daarop ging hij zitten wachten op het moment dat de koelinstallatie af zou slaan op de ingestelde temperatuur. Dat betekende dat hij à f 25,- per uur voorlopig tevreden kon zijn.
Het kon wel een half uurtje duren, zei hij. Soms nog langer. Ik vroeg hem of hij dan niet beter op de zaak kon zitten wachten. Wij kwamen overeen dat ik hem zou bellen als de motor stopte.
Een dag later was het gebrom nog altijd niet gestopt.

Op mijn telefoontje kwam hij weer kijken, de rekening van de vorige dag in de handen. Zestig gulden. Of ik die alvast wilde betalen had de baas gezegd. Voor de thermostaat en het werk.
Hij klungelde wat aan de draden achter de kast en zei toen: 'De nieuwe thermostaat is ook kapot. Ik ga weer een nieuwe halen.'
We wachtten drie dagen. Weer bellen naar de firma.
'Ja meneer, ziet u, wij hebben geen thermostaten meer van dat merk. Wij voeren dat merk ijskast niet meer. Wij hebben nu andere merken.' Of ik het maar bij die nieuwe firma wilde proberen.
Dat deed ik.
Ze zouden direct komen. Ik had niet anders verwacht van een nieuwe firma. Binnen de twintig minuten kwam de zoon van de baas zelf op een knalrode zware Honda motorfiets met veel lawaai onze straat inrijden. Er leek heel wat achter die sportieve figuur te zitten. Hij droeg een motorpak van zwart leer met veel blinkende knopen, ook op plaatsen waar geen knopen hoorden te zitten.
Mijn vrouw vond het een knappe jongeman.

Toen hij zijn enorme valhelm afnam viel een lange dos sluik haar tot een handbreed over zijn rug. Om zijn nek hing een vergulde ketting, waaraan een rijksdaaldergrote medaille van St. Christoffel met kind. De algemene beschermer van het gemachinseerd vervoer en blijkbaar nu ook in de koelbusiness.
Met een kennersblik opende hij de deur van de ijskast, bekeek en betastte de thermostaat en zei: 'Daar zit 't 'm! Hij zit verkeerd aangesloten.'
De leidingen werden omgedraaid. Eén draad van de thermostaat werd in het ijs gelegd. En ja hoor! de motor sloeg af.
Dat was het dan. Hij had maar een half uur nodig gehad om dit resultaat te bereiken. Onze bewondering was groot.
Een sympathieke jongen, vond mijn vrouw....
Triomfantelijk reed hij weg, nadat hij mij aan de deur een vertrouwelijk klopje op de schouder had gegeven. Als het nodig was moest ik hem maar bellen... Het was inderdaad nodig.

De volgende dag was er weer een ijslaag en het brommen hield niet op. Ik belde. Een uur later knalde de rode Honda weer in de straat. Met de thermostaat in de hand toverde hij wat in de vriezer en in de koeler. Ik maakte hem opmerkzaam dat de dikke ijslaag alleen aan de voorkant zat van de plaat achter in de kast.
Ik zag zijn gezicht opklaren. 'Dat is het,' zei hij, 'Er zit niet genoeg gas in.' Hij weer weg.

Enkele uren later was hij terug. Op zijn rug een halve meter grote gasfles. De ijskast ging van de muur. Rondom hem heen ontstond een wirwar van tangen, draden en schroeven.
Hij probeerde de gasbuis achter de motor los te krijgen. Het lukte niet. 'Dan moeten we hem maar doorzagen,' besloot hij. 'Mogelijk is ie verstopt.'
Ik lichtte bij met de zaklantaarn. hij zaagde. Met de vinger betastte hij daarna de uiteinden. Zijn gezicht betrok.
''t Is toch niet het gas,' kwam het er teleurgesteld uit.
'Nu moet ik ze weer aan mekaar lassen!' zei hij met een diepe zucht.
Er zat niets anders op.
Een nieuwe ijskast spookte door mijn hoofd.
'Nog even geduld,' suste hij, voor hij wegging om één en ander van de zaak te halen.
De inhoud van de ijskast werd bij de buren ondergebracht.

De volgende dag kwam hij terug, neuriend of her niets aan de hand was. Hij had nu een uitrusting bij zich die meer op die van een diepzeeduiker leek. Twee grote gasflessen hingen op zijn rug. Een rode en een groene rubberslang hingen om zijn nek.
De rode was van de zuurstof, vertelde hij er bij.

Hij ging achter de ijskast op de grond liggen. De brander met de vlam slingerde gevaarlijk om hem heen. Toch lukte het hem de twee doorgezaagde stukken aan mekaar te krijgen. Met de brander in de linkerhand ging hij met de rechterhand de reparatie aftasten, maar merkte niet dat de brander steeds lager zakte tot de vlam de rode slang trof.
Een scherpe rubber brandlucht trof mijn neus. Gelukkig kon ik de brander nog net wegtrekken. Ik weet niet veel van lassen af, maar ik meen dat het toch niet gezond is om een zuurstofslang van een fles onder druk door te branden.
Hij was wel geschrokken, want hij keek dankbaar naar zijn medaille die hem als het ware de hand boven het hoofd had gehouden. Na bijvullen van het verloren gegane koelgas bromde de ijskast weer. Hij gaf me te verstaan dat alle problemen nu waren opgelost. Tevreden fluitend ging hij de deur uit.
Even later belde hij op dat de rekening honderd twintig gulden was. Of ik die volgende dag maar wilde betalen, als hij hem kwam brengen.

Ik stond al vroeg in de zaak om te reclameren vanwege het feit dat die 'rotkast' het toch niet kon nalaten om als maar door te brommen. Van de rekening wisten ze niets af. Die zouden ze sturen.
Toen ik daarop naar huis wandelde stopte de rode Honda naast mij. Daar zat St. Christoffel. Hij droeg nu een soort vliegbrevet in goud links op zijn lederjack. Hij vroeg belangstellend hoe ik het maakte. Ik zei: 'Uitstekend. Alleen de ijskast maakt het niet zo best.'
'Dan kom ik vanmiddag weer kijken,' zei hij, 'misschien is er een lek.' Er was inderdaad een lek, namelijk daar waar hij gelast had. 'De buis is gebroken,' mompelde hij, 'juist naast de las. We hebben de kast te hard tegen de muur gestoten. De buis stak te ver naar buiten. Ze is een beetje geknikt.' Hij ging zijn gasflessen weer halen en er werd opnieuw gelast. Weer gas bijgevuld. De motor sloeg weer aan. - Geen koeling....

Na tien minuten wachten, zei hij: ''t Is de motor. De pomp doet het niet goed. Kijk maar. De meter geeft geen druk aan.'
Daarna met diep medelijkden in zijn stem: 'U heeft geen geluk met deze ijskast. Er moet een nieuwe motor in.'
Ik zei verbaasd: 'Wat gaat me dat kosten?'
'Ik denk een 250 gulden,' was zijn antwoord. 'Ik zal u laten zien dat het absoluut nodig is,' bezwoer hij.
Hij maakte de leiding weer los en hield zijn vinger op de opening. Een pracht van een druk. Hij keek me verbaasd aan, hoe is dat nou mogelijk?
Bijna huilend probeerde hij mij te overtuigen dat het toch beter was om de ijskast naar de werkplaats van de zaak te brengen. Ik had er geen bezwaar tegen. 't Kon me eigenlijk niets meer schelen. Ik had me al voorgenomen om in geen geval een rekening te betalen als hij niet perfect zou werken.
Met een vrachtwagen zou hij hem komen ophalen.

Hij kwam uren later met een te kleine bestelwagen. De kast kon er niet helemaal in. Dat was geen bezwaar voor 'Christoffel'. De twee klapdeuren werden tegen het uitstekende voetstuk geslagen en met een dik touw aan elkaar gebonden.
Hij wuifde nog naar mij toen hij aan het einde van de straat de hoek om reed. Ik had het gevoel dat ik ze niet meer terug zou zien; noch de koelkast, noch Christoffel.
Christoffel hebben wij inderdaad nooit meer gezien.
De ijskast wél.
Twee dagen later kwamen twee werklui hem weer brengen met de bestelwagen. Ze kwamen hem alleen brengen. Ze wisten er verder niets van. Of ik hem maar wilde aansluiten... zelf.
Ik vertrouwde ze geen van allen meer en zeker niet de ijskast toen hij de volgende dag weer bleef doorbrommen.
Nu echt boos geworden besloot ik naar de zaak te gaan om ze daar eens de waarheid te vertellen. Een verkoper van middelbare leeftijd hoorde gedwee mijn klachten aan. Daarop verdween hij in een aangrenzende kamer, maar liet de deur op een kier staan.
Daardoor kon ik nog net opvangen wat een juffrouw op enigszins bitse toon tegen hem zei: 'Is die vervelende klier van die rotkast er weer. Zeg maar dat de baas er niet is en dat we hem straks zullen bellen.'
Mijn kwaadheid bekoelde een beetje toen ik zei: 'Zeg maar tegen de baas dat ik geen cent betaal als die rotkast niet gerepareerd wordt zoals het hoort.'

Thuis gekomen kreeg ik de behoefte om eens flink tegen het pestding te trappen.
Terwijl ik er voor stond rijpte bij mij het voornemen om het hele geval maar met de vuilnis mee te geven en een nieuw degelijk merk aan te schaffen.
En toen ineens zag ik iets wat mij niet eerder was opgevallen.
Een heel fijn lichtstreepje meende ik te zien langs de rubberband die de deur afsloot.
Ik liet mij op de knieën zakken. Met de hand schermde ik het buitenlicht af. En jawel hoor. Er was een kier waar het licht van de spaarlamp door kwam. Die lamp ging normaal uit als de kast dicht was.
De kast sloot niet... Dát was het probleem.
Ik opende de kast, zette mijn knie laag tegen de deur, greep met beide handen de bovenrand aan de voorkant en trok zo hard ik kon.
Het had mij niets kunnen schelen als de deur afgebroken was. Maar ze brak niet af.
Nog eens uit alle macht gewrikt... en de lichtschijn was verdwenen.
Hij sloot volkomen.
Kort daarna sloeg de motor af.
Sindsdien koelt het apparaat fantastisch. Als nooit tevoren!

Triomfantelijk heb ik de zaak opgebeld: 'Hier is die vervelende klier weer van die rotkast. U hoeft niet meer te komen. De deur sloot niet en dat heb ik zelf kunnen repareren. Daar had ik die zaak van jullie niet voor nodig. Ik heb hem zelf rechtgetrokken.'
Ze reageerden niet enthousiast. Ze zouden het aan de baas doorgeven. Nooit hebben ze een rekening gestuurd.

Het is tien jaar geleden dat dit gebeurde. De ijskast doet het nog steeds.
En dan te denken dat ik hem toen met het vuilnis mee wilde geven.

 

J.H. Frenken, Vrije Vogels, okt. 1994

VERHALEN IN 'VRIJE VOGELS'