Josephus Hubertus (Hub) Frenken is op 21 april 1907 geboren te Obbicht, Limburg, als jongste zoon van Peter Jozef Frenken en Maria Elisabeth op de Kamp. Op zijn twaalfde is hij naar het College Ste. Hadeleine te Visée gegaan. In 1922 is hij zijn middelbare schoolopleiding aan de HBS Rolduc te Kerkrade begonnen, die hij in 1927 voltooide.
Terug in Obbicht was het wegens de crisistijd moeilijk werk te vinden. Hij heeft zich toen aangemeld voor de vrijwillige militaire dienst in de Kaderlandstorm, waar hij opklom tot sergeant. Na een jaar besloot hij te solliciteren voor de opleiding voor militaire waarnemer te Soesterberg, waarvoor hij werd aangenomen. Daarna volgde hij vanaf april 1930 een tweejarige vliegeropleiding, ook te Soesterberg, waar hij de rang van luitenant behaalde. Na het afronden van deze opleiding in 1932 begon hij aan een tandartsopleiding van Utrecht, die hij kon betalen door maandelijks 6 uur betaald te vliegen. Deze opleiding heeft hij echter niet afgerond, en in 1933 is hij door toenmalig directeur Albert Plesman officieel in dienst genomen als 32ste piloot bij de KLM. Tot 1939 heeft hij gevlogen op de Indiëroute; in 1938 werd hij tot gezagvoerder benoemd. Het jaar daarna is hij begonnen aan zijn studie medicijnen te Amsterdam.
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940, brak een moeilijke tijd aan
voor J.H. Frenken. Verschillende van zijn mede-piloten sneuvelden in de luchtgevechten
tegen de Duitsers - zelf was hij wegens een oorontsteking afgekeurd om te vliegen en
bleef reserve, wat mogelijk zijn leven heeft gered. Na de overwinning van de Duitsers
is hij is als krijsgevangene naar Zeist gebracht, maar hoefde nog niet naar Duitsland
worden doorgestuurd. Pas in 1941 werd hij met enkele andere vliegers door de Duitsers
gearresteerd en vastgezet in interneringskamp Schoorl te Alkmaar. Na een paar weken
werd hij echter weer vrijgelaten.
In 1943 werd J.H. Frenken dubbel opgeroepen zich te melden: zowel als reserve-officier en
als medisch student. Aangezien hij geen loyaliteitsverklaring wilde tekenen en ook
niet naar een Duits kamp vervoerd wilde worden besloot hij te vluchten. Met de hulp
van een kennis die in het verzet zat is hij naar Hasselt, in België, gevlucht, waar
hij door een verzetsgroep verder naar Brussel werd geholpen. Vandaar moest hij met
valse papieren naar Parijs - daar is hij, doordat de verzetsgroep werd verraden, door
de Gestapo opgepakt.
Hij heeft eerst 4 maanden vastgezeten in de Parijse gevangenis Frèsnes, waar hij als
krijgsgevangene werd erkend. Daarna is hij
via verschillende kampen in Nancy en Stuttgart terecht gekomen in Neu-Brandenburg,
Duitsland, in het kamp voor Nederlandse krijgsgevangenen. Hij bleef daar tot de
bevrijding door de Russen in mei 1945. In totaal is hij twee jaar in krijgsgevangenschap geweest.
Na de oorlog heeft J.H. Frenken zijn medische studie weer opgepakt en studeerde in 1947 in
Amsterdam af, terwijl hij ook als piloot werkzaam bleef. In 1948 heeft hij een reis
gemaakt als scheepsarts op de KNSM 'Bonaire', die voer op de Nederlandse Antillen.
Hij kreeg toen het aanbod een paar jaar waar te nemen op een huisartsenpraktijk te
Curaçao, waar hij zich later ook heeft gevestigd. In 1949 verhuisde hij met zijn gezin naar
Curaçao, waar hij acht jaar is gebleven. Wegens hartklachten moest hij zijn praktijk
echter opgeven. In 1957 begon hij een studie dermatologie
en leprologie te Mexico, een studie die hij vanaf 1960 echter moest prolongeren in
Rotterdam omdat daar andere criteria aan het behalen van een doctoraat werden gesteld.
In januari 1963 is hij definitief afgestudeerd in de dermatologie. Tussendoor promoveerde
hij in 1962 op het proefschrift 'De Diffuse Lepra
van Lucio en Latapí'.
In 1963 heeft hij zich als dermatoloog in Aruba gevestigd. Pas in 1973 is hij
teruggekomen naar Europa, om zich in Antwerpen, België te vestigen. In die tijd heeft
hij meerdere reizen gemaakt als scheepsdokter op de Holland-Amerika lijn en deed
hij ook een studie in de acupunctuur.
Bij terugkomst is hij verhuisd naar Maastricht, waar hij nog twee jaar heeft gewoond en
een praktijk had als acupuncturist,
alvorens zich definitief in Andorra te vestigen.
Door de jaren heen heeft J.H. Frenken zich veel bezig gehouden met het maken van schilderijen
en beeldhouwwerken, dit laatste vooral in zijn latere jaren. Na zijn pensioen is hij
ook begonnen aan het schrijven van gedichten in zijn vertrouwde Obbichtse dialect:
in 1988 publiceerde hij de bundel 'Sjetse van vreuger'. In 1995 heeft hij ook een
boek gepubliceerd over zijn ervaringen in de pionierstijd als Indië-vlieger: 'Piet Soer
en anderen van de oude Indië-Route'. Dit boek werd gevolgd door 'Beelden uit
mijn kinderjaren', uitgegeven in 2000, waarin hij zijn jeugdherinneringen
beschrijft.
Naast deze boeken heeft J.H. Frenken een grote collectie schilderijen, aquarellen, schetsen,
illustraties en beeldhouwwerken achtergelaten, die over de wereld zijn verspreid
en waarvan een deel zichtbaar is op
deze site:
In 1935 is J.H. Frenken getrouwd met zijn jeugdliefde Catharina Elisabeth Pernot, met wie hij al drie jaar was verloofd. Omdat het in die tijd niet mogelijk was te trouwen zonder toestemming van de ouders tot de leeftijd van dertig jaar bereikt was, is het paar vertrokken naar Engeland, waar het huwelijk gesloten werd. Samen hebben ze vijf kinderen gekregen en tientallen reizen gemaakt. In een paar zeer geëmotioneerde gedichten beschrijft J.H. Frenken de liefde voor zijn vrouw, een liefde die hen bijeen zou houden tot haar dood op 3 september 1999 - en daarna.
J.H. Frenken zelf heeft zijn vrouw nog twee jaar overleefd en is op 15 februari 2001, omringd door dochters en kleindochter, met open ogen overleden.